For best experience please turn on javascript and use a modern browser!
You are using a browser that is no longer supported by Microsoft. Please upgrade your browser. The site may not present itself correctly if you continue browsing.
Op bijna 100-jarige leeftijd is zaterdag 27 juni 2026 Robert W. Scheller overleden, befaamd kunsthistoricus en van 1969 tot zijn emeritaat in 1992 hoogleraar Kunstgeschiedenis, in het bijzonder van de Middeleeuwen.
Prof. em. Rob Scheller overhandigt Madelon Simons de bul bij haar promotie op 9 september 2009

Rob Scheller was lang verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij in 1956 zijn studie Kunstgeschiedenis voltooide met het behalen van het doctoraal. Bijna tien jaar na het behalen van zijn doctoraal, promoveerde hij op 18 januari 1966 cum laude op een dissertatie getiteld Opmaak en mise-en-page: een onderzoek naar de beginselen der vroegste boekkunst bij prof. Van Regteren Altena.

Enkele jaren later al werd Scheller als jonge, actieve en veelbelovende kunsthistoricus benoemd tot hoogleraar aan onze universiteit. Vooral de late Middeleeuwen en de overgang naar de Renaissance hadden zijn interesse, maar ook tekenkunst van de zestiende eeuw, het werk en de reputatie en waardering van Rembrandt, de musealisering van de kunst en historiografie van de kunstgeschiedenis. Een rode draad vormde zijn onderzoek naar schetsboeken en voorbeeldboeken; hiernaar heeft Scheller decennia lang onderzoek gedaan. Uiteindelijk zou dit onderzoek uitmonden in de publicatie in 1995 van het boek Exemplum. Model-Book Drawings and the Practice of Artistic Transmission in the Middle Ages  (ca. 900 – ca. 1450), dat een monument op dit gebied mag worden genoemd. Ook publiceerde hij artikelen en besprekingen in onder meer Oud-Holland, Vrij Nederland, Kritische Berichte, Simiolus.

Hij voelde zich betrokken bij het vak, en was bijvoorbeeld redacteur van het tijdschrift Oud-Holland. Van 1975 tot 1980 was hij voorzitter van het bestuur van de VNK, de Vereniging van Nederlandse Kunsthistorici. Ook de positie van jonge kunsthistorici ging hem ter harte. Zo publiceerde hij in 1969 een rapport over de toekomstperspectieven van jonge collega’s.

Onafhankelijk en origineel was hij in zijn onderwijs, onderzoek en zijn positie. Zo zei hij over onderzoek eens: ‘Ik heb weinig op met artikelen die daadwerkelijk iets oplossen en geen losse eindjes hebben. Daar word ik achterdochtig van. Is het überhaupt wel een probleem? Vaak is het een verzonnen probleem dat eerst nog als zodanig gepromoot moet worden. Een open einde is beter, vind ik.’

Lex Bosman, emeritus hoogleraar Architectuurgeschiedenis