For best experience please turn on javascript and use a modern browser!
You are using a browser that is no longer supported by Microsoft. Please upgrade your browser. The site may not present itself correctly if you continue browsing.
Wat als de grootste beperking van zwarte cinema niet een gebrek aan representatie is, maar de blijvende invloed van Hollywood zelf? Volgens filmmaker en onderzoeker Skinner Myers wordt een groot deel van de hedendaagse zwarte cinema nog altijd gevormd door dezelfde commerciële en ideologische structuren die zij zegt te willen doorbreken. In zijn proefschrift onderzoekt Myers daarom een alternatief: een radicale vorm van zwarte cinema die niet draait om commercieel succes, maar om artistieke autonomie, historische bewustwording en maatschappelijke verandering.
Skinner Myers

De aanleiding voor Myers’ onderzoek waren zijn persoonlijke ervaringen in de filmindustrie. Voordat hij de academische wereld betrad, werkte hij als acteur, muzikant en filmmaker. ‘Ik studeerde aan de USC School of Cinematic Arts in Los Angeles en kreeg in mijn eerste jaar de opdracht een korte film te maken. Wat ik inleverde was experimenteel en week af van de conventionele films, waarop mijn docent reageerde dat zoiets nooit zou werken in Hollywood. Vanaf dat moment vroeg ik me af waarom Hollywood de maatstaf zou moeten zijn voor wat goede cinema is, en dat heeft me tot op de dag van vandaag niet losgelaten.’

In zijn proefschrift zoekt Myers naar alternatieven voor Hollywood in een lange maar vaak vergeten geschiedenis van radicale zwarte filmmakers. Hij verwijst onder meer naar pioniers als Oscar Micheaux en naar de L.A. Rebellion: een groep Afro-Amerikaanse filmmakers die vanaf het einde van de jaren zestig studeerden aan de University of California, Los Angeles (UCLA).

‘De filmmakers van de L.A. Rebellion verzetten zich tegen de stereotiepe representaties van zwarte mensen in Hollywoodfilms. Hun werk was vaak experimenteel, politiek en sterk verbonden met de leefwereld van zwarte gemeenschappen. In plaats van commerciële succesformules centraal te stellen, onderzochten zij hoe film kon bijdragen aan bewustwording, emancipatie en sociale verandering.’

White cinema in blackface

Volgens Myers is veel van die traditie in de loop der jaren naar de achtergrond verdwenen. Sinds de jaren negentig is een groot deel van de zwarte cinema steeds meer geïntegreerd geraakt in de commerciële logica van Hollywood. ‘Zwarte filmmakers zijn sindsdien zichtbaarder geworden, maar ze werken nog steeds volgens de esthetische en ideologische kaders die Hollywood dicteert. Ik zag dat ook in mijn eigen omgeving. Zwarte filmmakers wilden per se de volgende Spike Lee worden, zonder zich af te vragen waarom ze juist zo’n filmmaker wilden worden.’

Myers vat die ontwikkeling provocerend samen als white cinema in blackface: films met zwarte makers of acteurs die nog altijd vertrekken vanuit de waarden, structuren en vertelvormen van een overwegend witte filmindustrie.

‘De afgelopen decennia hebben ons laten zien dat de aanwezigheid van succesvolle zwarte beroemdheden of filmmakers niet vanzelf leidt tot een verbetering van de positie van zwarte gemeenschappen. Als dezelfde structuren intact blijven, verandert representatie niets aan de onderliggende machtsverhoudingen.’

Poor cinema

In zijn proefschrift pleit Myers daarom voor een vorm van filmmaken die zich nadrukkelijk richt op de ervaringen, geschiedenis en maatschappelijke realiteit van zwarte gemeenschappen. Een belangrijk onderdeel van die theorie is het concept van poor cinema: een manier van werken die vertrekt vanuit de middelen die beschikbaar zijn, zonder dat filmmakers wachten op financiering van fondsen of grote productiehuizen.

‘Artistieke keuzes komen niet altijd voort uit overvloed, maar juist uit beperkingen. Als je onafhankelijk wilt werken, moet je leren die beperkingen te omarmen om het verhaal te vertellen dat je wilt vertellen. Poor cinema creëert kansen, juist binnen het filmmaken, omdat het een relatief jonge kunstvorm is en er nog genoeg ruimte bestaat om iets nieuws uit te vinden. Mijn onderzoek is natuurlijk gericht op zwarte cinema, maar het staat elke gemarginaliseerde gemeenschap vrij om deze principes op te pakken, verder te ontwikkelen en toe te passen op haar eigen context en filmcultuur. Het gaat erom een vorm van cinema te creëren die gedurfd, onderscheidend en vernieuwend is, en die bestaande normen en machtsstructuren ter discussie stelt.’