For best experience please turn on javascript and use a modern browser!
You are using a browser that is no longer supported by Microsoft. Please upgrade your browser. The site may not present itself correctly if you continue browsing.
Een open overheid zou burgers dichter bij de politiek moeten brengen. Door overheidsinformatie openbaar te maken, kunnen burgers beter begrijpen welke beslissingen hen raken en daar invloed op uitoefenen. Volgens Guillén Torres Sepulveda heeft deze ontwikkeling echter ook een keerzijde. In zijn proefschrift The Datafying (Civil) Society: Fostering Citizen Agency Beyond Open Government stelt hij dat naarmate data een steeds centralere rol gaat spelen in politieke participatie, de drempel voor burgers om zich te laten horen juist hoger kan worden.

Het idee voor het proefschrift ontstond vanuit Sepulveda's eigen ervaringen als informatie-activist in Mexico. Hij richtte een organisatie op die samenwerkte met gemarginaliseerde gemeenschappen en hen hielp meer invloed te krijgen op de politieke beslissingen die hun leven aangingen.

'Hoewel Mexico duidelijke wetten heeft op het gebied van toegang tot publieke informatie, stuitte ik bij het opvragen van informatie regelmatig op weerstand', zegt Sepulveda. 'Verzoeken konden worden afgewezen, of de verstrekte informatie was van zo'n lage kwaliteit dat ze nauwelijks bruikbaar was. Deze ervaringen brachten me er uiteindelijk toe om de rol van informatie en data in politieke participatie te onderzoeken.'

Van open overheid naar data-activisme

'Rond 2008 werd het concept van een open overheid steeds populairder', legt Sepulveda uit. 'Het idee was dat overheden proactief informatie beschikbaar zouden stellen, zodat burgers die informatie konden gebruiken om deel te nemen aan de besluitvorming.'

Tegelijkertijd leidde de trend tot een andere ontwikkeling. Volgens Sepulveda werd data werd niet alleen een middel voor politieke participatie, maar steeds meer ook een vereiste. 'Als je politiek actief wilt zijn, wordt er steeds vaker van je verwacht dat je met data laat zien waarom de overheid iets zou moeten veranderen.'

Sepulveda ziet dit als een wezenlijke verandering in de manier waarop politiek activisme werkt. Traditionele vormen van politieke participatie, zoals demonstraties, blijven belangrijk. Tegelijkertijd krijgt een andere vorm steeds meer gewicht: data-activisme. Data-activisten verzamelen informatie, analyseren die en gebruiken de uitkomsten om hun argumenten kracht bij te zetten. Zo wordt data een belangrijk middel om politieke standpunten te onderbouwen.

De lat wordt hoger

Deze ontwikkeling brengt echter ook een nieuw probleem met zich mee. Als data steeds belangrijker wordt om gehoord te worden door overheidsinstanties, kan niet iedereen daar even makkelijk gebruik van maken. 'Er wordt steeds meer van je verwacht als je politiek actief wilt zijn. Dat is problematisch, omdat de drempel om mee te doen daardoor hoger wordt', zegt Sepulveda. 'Om effectief deel te nemen aan deze steeds meer data-gedreven politiek, moet je weten welke data beschikbaar is, waar je die kunt vinden en hoe je die kunt gebruiken. Dat zijn vaardigheden die niet iedereen heeft.'

Volgens Sepulveda roept dit ook een belangrijke vraag op over het idee van open overheid zelf. Informatie kan voor iedereen beschikbaar zijn, maar dat betekent nog niet dat iedereen er ook iets mee kan. Open data kan zo nieuwe mogelijkheden bieden om invloed uit te oefenen, maar tegelijkertijd ook nieuwe drempels opwerpen.

Vertrouwen in data

De groeiende aandacht voor data roept de vraag op waarom data überhaupt zo belangrijk is geworden in het politieke debat. Volgens Torres Sepulveda is een van de redenen het wijdverbreide geloof dat data objectief is.

een wereld waarin data steeds belangrijker wordt, worden cijfers en datasets vaak gezien als een manier om feiten van meningen en politieke overtuigingen te onderscheiden. 'Er bestaat een sterk geloof dat data objectief is. Dat geeft data gezag. Als een argument wordt ondersteund door cijfers, grafieken of andere vormen van bewijs, komt het al snel neutraler en daardoor overtuigender over.'

Maar volgens Sepulveda is data helemaal niet vanzelfsprekend objectief.

'We weten dat dat niet zo is. Data kan sterk bevooroordeeld zijn en is ook nooit los te zien van politiek. Data wordt door mensen verzameld, geselecteerd en geïnterpreteerd. Wat je meet, hoe je iets indeelt en welke conclusies je daaruit trekt: het zijn allemaal keuzes. Als we data behandelen als neutrale feiten, kunnen we uit het oog verliezen welke keuzes en aannames erachter zitten.'

De gevolgen van een data-gedreven wereld

De discussie wordt extra relevant door de snelle opkomst van kunstmatige intelligentie. Hoewel AI momenteel veel aandacht krijgt, ziet Sepulveda het als onderdeel van een ontwikkeling die al veel langer speelt: de steeds grotere rol van data in onze samenleving.

'AI bouwt voort op die ontwikkeling, want om te kunnen functioneren heeft het enorme hoeveelheden data nodig. Als samenleving hebben we nog niet goed nagedacht over wat het betekent om in een wereld te leven waarin data steeds belangrijker wordt. Wie verzamelt die data? Wie kan erbij? Hoe wordt de data gebruikt en wie profiteert ervan? Op die vragen hebben we nog geen goed antwoord. Toch gaat onze aandacht nu alweer naar AI, terwijl we die eerdere vragen nog niet hebben opgelost. We springen steeds van het ene probleem naar het volgende, zonder de problemen waar we tegenaan lopen eerst echt op te lossen.'

G.H. (Guillén) Torres Sepulveda MA

Faculty of Humanities

Departement Mediastudies