23 September 2026
Boris was een sociale persoonlijkheid, die makkelijk contact met mensen legde en hen voor zich innam. In gesprekken was hij open over wat hem bezighield. Boris toonde zich ongevoelig voor de universitaire hiërarchie; hij sprak mensen aan – of tegen – ongeacht hun positie en verwachtte van anderen hetzelfde. Hij was eigenzinnig, maar stond open voor andere ideeën en was goed in staat om zijn ongelijk toe te geven.
Boris maakte graag een praatje met de mensen die hij op de campus tegenkwam. Als hij iets aan een collega wilde vragen of met hen wilde bespreken, dan zocht hij die persoonlijk op. Als hij niet langs kon komen, belde hij, ook als hij op dat moment onderweg of op vakantie was. Hij was een goede sparringpartner, altijd scherp en nooit terughoudend. Kort was een gesprek met Boris zelden; alle mogelijkheden moesten besproken en er werden regelmatig zijpaden bewandeld.
Als student behoorde Boris tot de harde kern van collegebezoekers. Hij werd daarbij gedreven door een diepe interesse in de politicologie. Na zijn bachelor werd Boris aangenomen voor een master aan de London School of Economics maar koos voor de research master social sciences aan de UvA. In diezelfde periode begon hij als onderzoeksassistent en later junior onderzoeker. Hij coördineerde onder andere de complexe dataverzameling van het Adolescentenpanel Democratische Kernwaarden Schoolloopbanen.
Nadat zijn research master had afgerond, ging hij aan de slag als junior docent. Hij gaf vakken over academische vaardigheden en onderzoeksmethoden en had daarbij duidelijke ideeën over de beste aanpak. Die bleek soms net wat anders dan was besproken, maar ‘dat was toch niet erg’?
Boris was een bevlogen docent, die zijn studenten zo veel mogelijk wilde leren en betrokken was bij hun voortgang. Antwoordsleutels voor opdrachten dekten alle mogelijke vragen en alles wat leuk of interessant was om te weten. Tentamenvragen moesten uitdagend zijn, maar wel te doen. Als coördinator streefde hij naar een opzet die zowel eerlijk als handig was. Boris was een perfectionist, die content kon zijn als hij alles volgens zijn plan had kunnen organiseren.
Een promotietraject leek een logische volgende stap, maar Boris koos een ander pad en begon een toneelopleiding in Rotterdam. Al jaren waren acteren en zingen zijn grote passies. Hij begon het land door te reizen om voorstellingen te spelen en audities te doen. Zijn kapsel paste zich aan, aan de wensen van de regisseur. Als hij met UvA collega’s het theater bezocht, imponeerde hij hen met zijn analyses van de voorstelling. Vorig jaar rondde Boris zijn toneelopleiding af en dit jaar haalde hij zijn eerste betaalde rol binnen.
Boris had de indruk dat sommige collega’s teleurgesteld waren in zijn keuze voor de kunsten boven de wetenschap, maar dat was niet zo. Ze waardeerden dat Boris de weg koos, die hij het liefste wilde bewandelen. Daarnaast, het was geen óf-óf maar én-én. Boris was een zeer betrokken collega. Voor Boris waren er niet echt werktijden. Op elk moment van de dag of week kon je een bericht van Boris krijgen. Ook vanuit het ziekenhuis bleef hij over het onderwijs meedenken.
Boris leek altijd goedgehumeurd, ook als de werkdruk hoog was. Hij was wars van jaloezie en zag altijd het goede in situaties en in mensen. Als het toch even slecht ging, was het zaak om vooruit te kijken en plannen te maken voor als het weer beter zou gaan. Het zou wel goed komen. Tot ons diepe verdriet kwam het dit keer niet goed. We missen hem heel erg.