For best experience please turn on javascript and use a modern browser!
You are using a browser that is no longer supported by Microsoft. Please upgrade your browser. The site may not present itself correctly if you continue browsing.
De Facultaire Prijs voor de Beste Publicatie 2025 voor Jonge Onderzoekers is uitgereikt aan Hadassa Noorda. De jury selecteerde haar artikel 'Imprisoned at Work: The Impact of Employee Monitoring on Physical Privacy and Individual Liberty'. Ze schreef het stuk samen met Jeevan Hariharan (UCL) en het werd gepubliceerd in de Modern Law Review.

Twee artikelen kregen een eervolle vermelding: Niels Graafs artikel 'Solange’, ‘Fintantoché’, ‘Tant que’: On the Local Remodelling of a Canonical German Decision in French and Italian Constitutional Debates, en Wiebe Hommes’ artikel, In Search of an Independent Tribunal: Activating the European Court of Human Rights, 1969–1974.

Prijsuitreiking

De jury bestond uit Kanad Bagchi, Nuna Zekić en Giacomo Tagiuri. Ze reikten de prijs uit aan Hadassa Noorda tijdens de zomerborrel. De prijs wordt jaarlijks uitgereikt voor de beste publicatie van een jonge onderzoeker van de faculteit, in de periode van publicatie tussen 1 januari en 31 december. Als winnares nam Hadassa een oorkonde en een cheque van € 1000,- voor onderzoek in ontvangst.

De jury is onder de indruk van de originaliteit, de breedte, de normatieve ambitie en de potentiële impact van het artikel op toekomstig wetenschappelijk onderzoek en het publieke debat. Het artikel verdiept bovendien ons analytisch inzicht in praktijken op het gebied van toezicht op de werkplek, werpt een nieuw licht op de juridische doctrines aan de hand waarvan dergelijke praktijken worden beoordeeld, en opent nieuwe perspectieven op de juridische en ethische implicaties van controle op de werkplek in het digitale tijdperk.

Wat vooral indruk maakte op de jury, was de manier waarop het artikel op vruchtbare wijze gebruikmaakt van de verschillende rechtsgebieden om de argumentatie op te bouwen, waaronder theorieën en rechtsleer uit het arbeidsrecht, het gegevensbeschermingsrecht, de mensenrechten, het aansprakelijkheidsrecht en het strafrecht.

Hadassa Noorda

Hadassa is Universitair Hoofddocent aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid en fellow bij het Amsterdam Center for Criminal Justice (ACCJ). Momenteel is ze bezig met de publicatie van Digitally Monitored: Freedom, Surveillance and the Law (Hart Publishing, 2026), een door haar samen met Jeevan Hariharan geredigeerde bundel die digitale monitoring in uiteenlopende contexten onderzoekt en dit ontwikkelt tot een afzonderlijk onderzoeksveld, met bijzondere aandacht voor de gevolgen voor privacy, vrijheid en fundamentele rechten. Ze is erg blij met de prijs, die het belang van haar werk op dit gebied onderstreept.

'Voortbouwend op mijn filosofische concept van exprisonment, dat ik in eerder werk heb ontwikkeld, bekijken we werknemersmonitoring vanuit een ander perspectief: het gaat verder dan informatieprivacy en kan de vrijheid van werknemers aanzienlijk beperken. Daardoor is het passend om dergelijke praktijken te begrijpen als een vorm van gevangenschap en dit vraagt om een heroverweging van hoe het recht hiermee zou moeten omgaan.'

Haddasa’s artikel Imprisoned at Work: The Impact of Employee Monitoring on Physical Privacy and Individual Liberty is gepubliceerd in de Modern Law Review, 88 (2025), p. 333-365.

Beoordeling en selectie

De beoordeling en selectie van de artikelen waren gebaseerd op de volgende criteria:

  • wetenschappelijke originaliteit en bijdrage
  • grondigheid en grensoverschrijdend karakter

Dit jaar waren er 6 inzendingen, die 6 secties van de faculteit bestreken. De jury vond alle 6 de inzendingen van zeer hoge kwaliteit. Zowel wat betreft academische kwaliteit als qua maatschappelijke relevantie. ‘Het was, zoals altijd, buitengewoon moeilijk om slechts 1 bijdrage te kiezen, niet in de laatste plaats vanwege de verscheidenheid aan onderwerpen, methoden en wetenschappelijke tradities die aan bod kwamen. Alle bijdragen waren goed uitgewerkt, grondig en zorgvuldig onderbouwd; een aantal daarvan getuigde van opmerkelijke originaliteit. Hoewel alle inzendingen van uitzonderlijke kwaliteit waren, sprongen 3 bijdragen er in het bijzonder uit vanwege hun thematische originaliteit, methodologische vernieuwing en analytische diepgang.’

2 eervolle vermeldingen

Niels Graafs artikel, ‘Solange’, ‘Fintantoché’, ‘Tant que’: On the Local Remodelling of a Canonical German Decision in French and Italian Constitutional Debates, in: Zeitschrift für ausländisches öffentliches Recht und Völkerrecht / Heidelberg Journal of International Law. Dit artikel biedt een elegante en originele beschrijving van de manier waarop constitutionele ideeën zich door rechtsstelsels verspreiden en levert een waardevolle bijdrage aan ons begrip van de verspreiding van juridische ideeën binnen Europa.

Wiebe Hommes’s artikel, In Search of an Independent Tribunal: Activating the European Court of Human Rights, 1969–1974, in: European Law Open leest als een meeslepend historisch verhaal, wat voor juridische wetenschap een groot compliment is. Bovendien combineert het een indrukwekkende empirische diepgang met een boeiende herinterpretatie van een cruciaal moment in de geschiedenis van Europese mensenrechten.