For best experience please turn on javascript and use a modern browser!
You are using a browser that is no longer supported by Microsoft. Please upgrade your browser. The site may not present itself correctly if you continue browsing.
Het internationaal recht speelt nog geen volwaardige rol in de aanpak van klimaatverandering. Bedrijven zouden verantwoordelijk gehouden moeten worden voor vervuiling, betoogt Zhonghua Du in haar proefschrift. ‘Het recht doet niet genoeg, en bedrijven doen niet genoeg.’
Shutterstock

Toen ze 9 jaar was, las Zhonghua in haar geboortestad in China een tijdschrift over de opwarming van de aarde. Het maakte diepe indruk op haar. In haar tienerjaren at ze bijvoorbeeld zelden rundvlees, omdat ze had geleerd dat dit schadelijk was voor het milieu. ‘De realiteit van de klimaatcrisis drong al op zeer jonge leeftijd tot me door, en het blijft me inspireren als wetenschapper’, zegt ze. Voor haar proefschrift aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid deed Zhonghua onderzoek naar de rol van internationaal recht in de strijd tegen klimaatverandering.

Waarom richt je je op het internationaal recht?

‘Het is al bewezen dat bedrijven verantwoordelijk zijn voor klimaatverandering. Toch blijven bedrijven die verantwoordelijkheid ontkennen. Ik wilde weten waarom het internationaal recht hier zo weinig tegen doet.’

Is het internationaal recht gewoonweg niet geschikt om vervuilende bedrijven aan te pakken?

‘De geschiedenis leert ons dat het gebruik van internationaal recht sterk afhangt van wat mensen ervan verwachten. Tegenwoordig zijn we geneigd internationaal recht te zien als iets waar staten zich mee bezighouden. Maar als we naar de geschiedenis kijken – wat ik in mijn proefschrift heb gedaan – zie je dat internationaal recht veel meer mogelijkheden heeft. Mensen denken dat particuliere bedrijven onder het nationale recht vallen. Maar dat zijn aannames. De geschiedenis herinnert ons eraan dat het internationaal recht in het verleden heeft geprobeerd transnationale bedrijven te reguleren via een gedragscode.’

Copyright: shutterstock
De geschiedenis leert ons dat het gebruik van het internationaal recht sterk afhangt van wat mensen ervan verwachten

Waarom wordt het internationaal recht te weinig gebruikt?

‘Aan bedrijven wordt veel economische macht toegedicht. Daarom wordt internationaal recht vooral gebruikt om staten verplichtingen op te leggen op het gebied van klimaatbescherming, en niet zozeer om bedrijven aan te spreken. Door te zwijgen over de verantwoordelijkheid van bedrijven, legitimeert internationaal recht hun huidige positie. Bovendien worden velen van ons beïnvloed door bepaalde bedrijfsbelangen rond klimaatontkenning en door beweringen over de hoge kosten van het uitfaseren van bijvoorbeeld steenkool. Bedrijven waarschuwen dat mensen hun baan zullen verliezen. Mijn onderzoek helpt dat economische argument te weerleggen. Stijgen onze dagelijkse uitgaven echt door klimaatmaatregelen? Of is het argument over de kosten van zulke maatregelen gebaseerd op aannames? Ik stel dat internationaal recht cruciaal is voor de manier waarop we over klimaatmaatregelen denken. De prijs van energie wordt bijvoorbeeld mede bepaald door internationale betrekkingen. Ik betoog dat internationaal recht daarbij de bestaande machtsverhoudingen versterkt.’

CV

Zhonghua Du verdedigde met succes op 10 juni 2026 haar proefschrift ‘From Responsibility to Partnership: Global Corporations, Climate Change, and the Making of International Law’. Ze is aangesloten bij het Amsterdam Center for International Law (ACIL) en zal haar onderzoek naar klimaatverandering voortzetten als postdoc.

Waar is het internationaal recht nog meer toe in staat?

‘Met internationaal recht kunnen we veel meer bereiken dan we momenteel doen. We kunnen meer juridisch bindende normen vaststellen om de CO₂-uitstoot te verlagen. Het klimaatakkoord van Parijs legt zulke verplichtingen niet op; daarin staat dat staten zelf hun  klimaatdoelen mogen bepalen. Er zijn al pogingen ondernomen om deze eisen bindender te maken. Ten tweede kan internationaal recht een collectief doel nastreven, zoals het beschermen van het klimaat. Ik wil niet nostalgisch klinken, maar de geschiedenis laat wel degelijk zien dat het internationaal recht een groter doel kan hebben dan het beschermen van markten. Het kan ook bijdragen aan sociale en milieudoelen.’

Denk je dat bedrijven uiteindelijk beter aangepakt worden door het internationaal recht?

‘Ik maak een onderscheid tussen hoop en optimisme. Hardnekkig optimisme kan volgens mij gevaarlijk zijn. Het suggereert dat we tijdens een klimaatcrisis gewoon door kunnen gaan met ons leven. Die mentaliteit is gevaarlijk omdat er niet wordt nagedacht over structurele problemen, zoals de macht van bedrijven. Daardoor verlies je de urgentie om klimaatverandering aan te pakken uit het oog.'

'Hoop daarentegen vereist dat je actief keuzes maakt. Dat gaat gepaard met een gevoel van verantwoordelijkheid. We moeten actie ondernemen om die hoop levend te houden. In dat opzicht ben ik hoopvol. Ik geloof in het werk dat ik doe en in de internationale juridische gemeenschap. We moeten die hoop levend houden, ook al verloopt verandering langzaam.’