Hoogleraar Göran Sluiter blikt terug op 20 jaar internationaal strafrecht
21 July 2026
Een raar gevoel, vindt hij het, dat zijn werkzame leven afloopt. ‘Het is louterend’, zegt Sluiter. ‘Niemand is onmisbaar.’ Maar ondanks de uitgezaaide endeldarmkanker zit hij er opgewekt bij. ‘Je kunt de hele dag thuiszitten en het oneerlijk vinden, maar dat is verspilde tijd. Ik ben vooral dankbaar voor de tijd die ik heb en geniet van mijn gezin en het contact met vrienden.’ Thuis, omgeven door een meterslange kast vol lp’s en een indrukwekkend stel speakers, blikt Sluiter terug op zijn carrière.
‘Op de middelbare school wilde ik de muziek in, maar mijn talent als gitarist en zanger is daar te beperkt voor. Ik heb in punkbandjes basgitaar gespeeld; het makkelijkste instrument om te spelen. Dus ik had snel door dat mijn talent daar niet lag. Ik ben wel veel muziek blijven luisteren. Daarvoor heb ik een buizenversterker in huis – weinig mensen weten nog wat dat is. Zo kan ik luisteren naar mensen die beter spelen dan ik. Na de middelbare school heb ik eerst Franse taal- en letterkunde gestudeerd in Dijon. Maar dat was ook niet helemaal voor mij. Het recht trok me uiteindelijk aan omdat ik als student al erg betrokken was bij mensenrechten.’
‘Zoals voor iedereen na het afstuderen: met solliciteren. Ik ben zelfs bij Shell langs geweest voor een functie als bedrijfsjurist, maar het is maar goed dat dat niet door is gegaan. Dat paste helemaal niet bij me. In zo’n periode ben je vaak een beetje zoekende. In Utrecht begon ik uiteindelijk aan een heel mooi promotietraject. Vanaf dat moment ben ik bij het internationaal strafrecht gebleven en zo ben ik bij de Universiteit van Amsterdam terechtgekomen.’
Het valt me op dat studenten veel hoopvoller en positiever zijn. Ze maken zich zorgen over de wereld en willen daar iets aan doen.
‘Heel veel. Toen ik promoveerde, was het Internationaal Strafhof nog niet eens opgericht. Het sentiment was toen: verspeel je tijd niet aan het internationaal strafrecht, dat wordt toch nooit iets. Maar er is vervolgens zoveel bereikt met het Joegoslaviëtribunaal en het Rwandatribunaal. Momenteel heeft het recht het zwaar. Het is moeilijk als een groot land, de Verenigde Staten, extreem afwijkt van het internationaal recht. Er hangt een pessimistische sfeer rond het internationaal recht: wie houdt zich er nog aan?’
‘Maar we hebben mensen nodig die het recht verdedigen. We moeten door. Er zijn veel landen die het internationaal recht wél ondersteunen en ook echt bijdragen leveren. Op dit moment zijn juristen druk bezig met het Oekraïnetribunaal. Het valt me op dat studenten veel hoopvoller en positiever zijn. Ze maken zich zorgen over de wereld en willen daar iets aan doen. Dat is mooi en belangrijk. Het zou slecht zijn als een docent - of wie dan - ook zou zeggen dat dat geen zin meer heeft. Natuurlijk moeten we problemen benoemen. Maar uiteindelijk is het recht belangrijk genoeg om te blijven beschermen.’
‘Mijn visie is dat dat een onderdeel is van het werk van een wetenschapper. Van wie moet men anders duiding krijgen en iets leren? Er is zoveel misinformatie. Als je naar een talkshow kijkt, moet je erop kunnen vertrouwen dat daar verstandige mensen aan tafel zitten. Dat is helaas niet altijd het geval. Ik voel de noodzaak om me te laten horen, ook al vind ik mezelf schriftelijk eigenlijk beter dan mondeling. Mijn collega Marieke [de Hoon] heeft daar meer talent voor. Ik doe mijn best om het recht zo goed mogelijk uit te leggen.’
'Nee. Dat klinkt misschien raar, maar ik heb zoveel kansen gehad en ik ben zo gelukkig geweest met de dingen die mogelijk waren. Ik ben als 35-jarige extreem jong hoogleraar geworden. Nu zie ik mensen die supergoed zijn in wat ze doen, maar die veel langer moeten wachten. Ik vond de combinatie met de praktijk ook heel mooi. Ik heb als rechter-plaatsvervanger gewerkt en daarna een tijd als advocaat. Ik heb bijvoorbeeld Somalische piraten verdedigd, benadeelden in de Wilders-zaak en samen met collega Liesbeth Zegveld aangifte gedaan tegen Jorge Zorreguieta, de vader van koningin Máxima. Het enige waar ik spijt van heb, is dat de work-life balance niet altijd optimaal was. Er waren momenten dat ik te hard heb gewerkt en meer tijd aan mijn gezin had kunnen besteden.’
‘Toch wel op de mensen. De goede contacten, de leuke projecten en de samenwerkingen. Daar heb ik het meest van genoten. Natuurlijk waren er ook conflicten en ben je het soms oneens. Maar dat is de kracht van de Universiteit van Amsterdam: ondanks dat mensen heel hard en kritisch kunnen zijn, is er ook veel warmte. De UvA is echt mijn plek. Ik ben ook heel trots op de promovendi die ik heb begeleid. Dat zijn er inmiddels 20. Dat vond ik zo leuk om te doen. Het allerbelangrijkste is dat je elkaar kunt inspireren en vertrouwen kunt geven. Het is niet zo ingewikkeld om te zeggen wat iemand allemaal niet goed doet. Maar het is ontzettend belangrijk dat je kunt zeggen “dit is een mooi plan”. Dan zie je een vonk ontstaan. Als docent heb je daar een niet te onderschatten invloed op.’
Natuurlijk waren er ook conflicten en ben je het soms oneens. Maar dat is de kracht van de Universiteit van Amsterdam: ondanks dat mensen heel hard en kritisch kunnen zijn, is er ook veel warmte.
‘Geniet. Ik ben erg enthousiast over de kwaliteiten die ik bij studenten zie. Grijp de kansen die er volop zijn en wees niet te streng voor jezelf. Je kunt ook opeens een nieuw zijpad ontdekken. Uiteindelijk moet je je ook afvragen: vind ik dit een leuke plek om te werken? Je vindt je plek wel. Ik ben wat dat betreft echt een fossiel, want wie gaat er nou zo lang bij de Universiteit van Amsterdam werken? Maar ik heb er geen spijt van. Het is een mooie plek met geweldige mensen.’
‘Geweldige vraag! Er is zoveel te kiezen. Ik ben groot fan van The Cranberries; denk aan nummers als Linger, Zombie en You and Me. En het Document-album van R.E.M. met het nummer The One I Love.’