Faculteit der Rechtsgeleerdheid
24 September 2026
Van Doesburg werkt bij de IND als er een grote digitaliseringsslag wordt gemaakt. Dossiers met asielaanvragen worden vernieuwd en gedigitaliseerd. De automatisering moet het werk van ambtenaren makkelijker maken, zeker bij wetswijzigingen. Maar zo makkelijk gaat dat niet, zag Van Doesburg, toen het systeem in 2012 in productie ging.
‘Er wordt vaak makkelijk gedacht over wetswijzigingen: de geautomatiseerde software voert ze wel door. Het probleem is dat als je wetswijzigingen bespreekt met juristen, IT’ers en beleidsanalisten, ze binnen 5 minuten tegen elkaar staan te schreeuwen. Ze vinden allemaal dat de wet net iets anders betekent en hebben ieder zijn eigen jargon. Van Doesburg zag dat de Belastingdienst en de IND allebei te maken hadden met frequente wetswijzigingen en probeerde in zijn proefschrift een oplossing te vinden die in beide organisaties bruikbaar is.
Er wordt vaak makkelijk gedacht over wetswijzigingen: de geautomatiseerde software voert ze wel door.
‘Ja, ik bied in mijn proefschrift een model aan om het makkelijker eens te worden over de betekenis van de wet. De kern van de oplossing is de vraag: waar gebruik je wetgeving eigenlijk voor? Je gebruikt het om het gedrag van mensen te sturen. Mensen doen de hele tijd dingen volgens de regels. Het gesprek over een wetswijziging wordt een stuk eenvoudiger als je de tekst in zulke termen bespreekt. Het is ook een manier van praten die goed aansluit bij hoe machines werken: dit is de huidige toestand en onder deze omstandigheden gebeurt vanaf nu iets anders.’
‘Het ontwikkelen van het model, was eigenlijk het eenvoudigste deel van mijn proefschrift. De uitdaging was om juristen, IT’ers en andere experts te overtuigen van de waarde van een gezamenlijk model voor het interpreteren van wet- en regelgeving.’
‘Een jurist zou zeggen dat “in artikel zoveel dat onderdeel verdwijnt en er een nieuw lid aan het artikel wordt toegevoegd dat luidt als volgt ...” Als een IT’er dat leest, wordt hij gek. Ik heb nog nooit iemand gehoord die de wet moet uitvoeren, op zijn werk komt en bij het lezen van een wetswijziging precies weet wat er moet gebeuren. Als je een wet uitvoert, moet je dat wel weten. Hoeveel belasting moet iemand betalen? Krijgt iemand een verblijfsvergunning?’
‘Daar verbaasde ik me ook over. De rechtsstaat deed het zonder computers heel goed. Hoe kan het dat digitalisering het ingewikkelder maakt, in plaats van eenvoudiger? Er worden dan heel andere eisen gesteld aan een wetswijziging: de betekenis van een wijziging moet voor een machine vertaald worden en het is belangrijk dat je de uitkomst als mens achteraf nog kunt controleren.
‘Het recht heeft lang gefunctioneerd op basis van impliciete interpretaties. Zo lang je onder vakgenoten bent, is dat geen probleem. Het wordt pas ingewikkeld als er mensen uit andere disciplines betrokken raken.’
‘Juristen zijn precies in de context van vakgenoten. Het is alleen niet meer zo dat je aan een andere jurist uitlegt wat je interpretatie is, maar aan andere belanghebbenden; iemand die een computersysteem maakt bijvoorbeeld. In de praktijk is het niet zo dat de jurist zegt “zo werken we en ik heb dit nodig”. Je hebt software engineers die zeggen “we hebben deze methoden; hoe past jullie werk daarin?”. IT’ers hebben de neiging om digitalisering te zien als een one-size-fits-all model. Wat in een andere discipline werkt, zal hier ook wel werken. Juristen staan, over het algemeen, nogal passief ten opzichte van digitalisering. Ze verwachten dat IT-specialisten hun vraagstuk wel oplossen. En als dat niet lukt, dan doen ze daarover hun beklag. In mijn proefschrift wil ik laten zien dat het belangrijk is om uit te leggen wat de essentie van het recht is. Ik denk dat dat helpt om aan anderen uit te leggen aan welke eisen een digitaal systeem voor juristen moet voldoen.’
‘In mijn proefschrift bied ik een oplossing om met alle betrokkenen tot overeenstemming te komen over de betekenis van de wet. Zo bouw je stap voor stap een systeem; deze woorden betekenen precies dat in een computersysteem. Als iemand dan nog met een andere interpretatie komt, moet je van goede huizen komen. Hoe meer mensen een interpretatie ondersteunen, hoe sterker die is. Hoe meer geschillen er zijn over een bepaalde interpretatie, hoe zwakker die interpretatie is. Dat is de potentie van dit soort modellen.’