14 September 2026
Wennink kwam langs op uitnodiging van AI-studievereniging AISO, aan het begin van het academisch jaar. AISO wil studenten niet alleen beter voorbereiden op een toekomst met AI, maar hen ook actief betrekken bij het debat over AI en talentontwikkeling. In zijn adviesrapport noemt Wennink digitalisering en AI als domein waarin Nederland moet innoveren. Het debat over AI-innovatie gaat tot op heden vooral over investeringen en beleid, en nog weinig over talent. In twee panelgesprekken stond juist die talentvraag centraal.
Bij ASML zag Wennink hoe belangrijk teams zijn waarin mensen met verschillende competenties samen aan een complex probleem werken. Die competenties gaan verder dan techniek: zonder kennis uit de sociale wetenschappen was het bedrijf er volgens hem niet gekomen. Wel wees hij op een tekort aan bètatalent, dat Nederland op korte termijn moet oplossen.
In een sessie voor onderwijsprofessionals sprak Wennink met rector magnificus Anniek de Ruijter en de decanen Roel Beetsma (Faculteit Economie en Bedrijfskunde) en Christa Boer (Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen). De AI-transformatie is complex en moeilijk te voorspellen, en verloopt razendsnel, stelde het panel. Dat vraagt om organisatievormen die samenwerking over disciplines en faculteiten heen mogelijk maken. Daarbij zien de panelleden een belangrijke rol voor sociale wetenschappen, economie, bedrijfskunde en recht, zowel bij AI-innovatie als bij het toepassen van technologie in het dagelijks leven en op de arbeidsmarkt.
Het panel pleitte ook voor samenwerking buiten de universiteit, bijvoorbeeld met het bedrijfsleven. Beetsma: ‘Bij Economie en Bedrijfskunde zetten we daarom in op onderwijs rond echte vraagstukken uit de praktijk. In het AI4Business Lab ontwikkelen studententeams AI-oplossingen voor bedrijven.’
Zo’n 450 bezoekers, vooral studenten, kwamen naar het openbare panel van AISO en Room for Discussion, het interviewplatform van UvA-studenten. Hun kritische blik klonk door in de vragen uit de zaal: meerdere studenten uitten zorgen over de negatieve maatschappelijke gevolgen van AI. Wennink erkende die gevolgen, maar bleef optimistisch. Wie snel reageert, vindt volgens hem oplossingen, en grote problemen leiden tot grote innovaties.
Naast Wennink zaten Annebel de Hoogh, hoogleraar Leiderschap en Management, en AISO-medeoprichter Jan Pecka in het panel. Pecka vroeg zich af of studenten er nog op kunnen vertrouwen dat de universiteit hun de competenties aanleert die ze straks nodig hebben. Hij pleitte voor een flexibeler curriculum en meer samenwerking met het bedrijfsleven. De Hoogh bracht nuance aan: technologie ontwikkelt zich zo snel dat het niet wenselijk is het curriculum steeds opnieuw aan te passen.
Wennink en De Hoogh haalden AISO zelf aan als voorbeeld. Het curriculum moet studenten belonen die samenwerking zoeken, risico’s durven nemen en innoveren, zei Wennink. Zo organiseert AISO hackathons met techbedrijven, waarin teams in korte tijd oplossingen bedenken voor een concreet probleem. Universiteiten moeten ruimte bieden aan zulke initiatieven, onderstreepte De Hoogh.
Ook werkgevers kampen door de AI-transformatie met grote onzekerheid, zei Wennink. Ze hebben mensen nodig die de snelle ontwikkelingen kunnen volgen en de gevolgen kunnen duiden. Juist die nieuwsgierigheid en kritische blik zijn volgens hem belangrijke kwaliteiten van universiteiten en studenten.