For best experience please turn on javascript and use a modern browser!
You are using a browser that is no longer supported by Microsoft. Please upgrade your browser. The site may not present itself correctly if you continue browsing.
Op dinsdag 21 juli 2026 is prof.dr. Ralph A.M.J. Wijers overleden op de leeftijd van slechts 62 jaar. Ralph was een internationaal gerespecteerd sterrenkundige, inspirerend docent, voormalig directeur van het Anton Pannekoek Instituut voor Sterrenkunde aan de UvA, drijvende kracht binnen nationale en internationale wetenschappelijke consortia en een geweldig popularisator van de wetenschap. Hij was een sociaal bewogen, geïnteresseerd en integer mens.

Ralph Wijers werd op 31 mei 1964 in Sittard geboren en bracht, na een paar jaar in Zuid Limburg, zijn jeugd door in Roosendaal. Al op jonge leeftijd was sterrenkunde een belangrijk onderdeel van zijn leven, op het Norbertus College tijdens de lessen van Walter Wamsteker en bij de Volkssterrenwacht Simon Stevin in Hoeven. Na de middelbare school ging Ralph sterrenkunde studeren in Leiden waar hij in 1987 cum laude afstudeerde. In datzelfde jaar kwam hij naar de Universiteit van Amsterdam om onderzoek te doen aan neutronensterren onder begeleiding van Jan van Paradijs en Ed van den Heuvel. In 1991 promoveerde hij op het proefschrift getiteld On the Properties and Evolution of Binary and Single Neutron Stars. Zoals Ralph regelmatig opmerkte, wilde hij van zijn hobby zijn beroep maken.

Gammaflitsen

Als jonge doctor, en inmiddels getrouwd met Astrid, verhuisde Ralph in 1991 naar de Verenigde Staten voor een Compton GRO and Spitzer post-doctoral fellowship aan Princeton University. Daar werd ook hun dochter Nastasha (1993) geboren. In 1994 vertrok het gezin naar het Verenigd Koninkrijk waar Ralph tot 1998 werkzaam was bij het Institute of Astronomy van de Universiteit van Cambridge; kort na de verhuizing werd dochter Naomi (1994) geboren. Inmiddels was hij nauw betrokken geraakt bij het onderzoek aan de mysterieuze gammaflitsen (gamma-ray bursts ofwel GRB’s), uitbarstingen in gammastraling die in de jaren zeventig aan de hemel waren ontdekt, maar waarvan de fysische oorzaak onduidelijk was. Wel werd duidelijk dat GRB’s een kosmologische oorsprong hebben. Martin Rees en Peter Mészáros hadden in Cambridge een veelbelovende theorie ontwikkeld, het zogeheten relativistic-fireball model, dat mogelijk het GRB-fenomeen zou kunnen verklaren.

Met de Amsterdamse ontdekking in 1997 van de eerste optische nagloeier van een GRB, realiseerde Ralph zich onmiddellijk dat het relativistic-fireball model een goede beschrijving gaf van de gedane waarnemingen. Zijn artikel met Rees en Mészáros toonde aan dat het nagloeien van een GRB veroorzaakt wordt door een schokgolf die zich met relativistische snelheid door het omringende medium voortplant en zichtbaar moet zijn tot op kosmologische afstanden. De meting van de roodverschuiving, en daarmee de kosmologische afstand, van een volgende GRB bevestigde deze interpretatie.

Ineenstorting van zware sterren

Ondertussen had Ralph een stafpositie aangeboden gekregen aan Stony Brook University in New York, VS, en verhuisde hij met zijn gezin nogmaals naar de andere kant van de Atlantische Oceaan. Het onderzoek aan GRB’s nam een enorme vlucht, waarbij hij met zijn onderzoeksgroep pionierswerk verrichtte met de theoretische interpretatie van de spectra en lichtcurves van de nagloeiers en voor het eerst deze modellen testte, en bevestigde, op basis van de waarnemingen. Hij was een van de initiatiefnemers en drijvende krachten binnen het GRACE-team dat waarneemcampagnes van GRB-nagloeiers organiseerde met de ESO-telescopen in Chili, om de fysieke parameters van GRB’s te meten. Zijn theoretische kennis kwam hierbij goed van pas. In deze hectische en succesvolle jaren werd duidelijk dat (lange) GRB’s veroorzaakt worden door de ineenstorting van zware sterren tot een zwart gat waarbij zich sterk gecollimeerde, relativistische straalstromen vormen die de waargenomen gammastraling produceren. Voor deze belangrijke wetenschappelijke doorbraak kreeg het GRACE team in 2002 de Descartes-prijs van de Europese Unie.

Terug naar Nederland

Als sleutelfiguur in het theoretisch ontrafelen van de fysische oorzaken van GRB’s, was hij de aangewezen persoon om de in 1999 overleden Jan van Paradijs in Amsterdam op te volgen; in 2002 werd Ralph hoogleraar aan het Anton Pannekoek Instituut voor Sterrenkunde (API).

In latere jaren zou duidelijk worden dat de zogenaamde korte GRB’s worden veroorzaakt door de samensmelting van dubbele neutronensterren. Ralph heeft belangrijke bijdragen geleverd aan veel van de wetenschappelijke publicaties over GRB’s. In totaal heeft hij meer dan 550 wetenschappelijke artikelen gepubliceerd en meer dan 30 promovendi en 20 post-doctoral fellows begeleid.

Teruggekeerd in Amsterdam raakte Ralph ook betrokken bij de radiosterrenkunde, met name bij de ontwikkeling van de Low Frequency Radio ARray (LOFAR) en het Transients Key-project. Met de ondersteuning van zijn ERC Advanced Grant die hij in 2010 kreeg toegekend, kon AARTFAAC worden opgezet: het Amsterdam-ASTRON Radio Transient Facility And Analysis Centre: Probing the Extremes of Astrophysics. Hij heeft ook verschillende bestuurlijke functies vervuld binnen dit vakgebied: hij was onder andere voorzitter van de LOFAR Astronomy Research Committee, lid van de ASTRON wetenschappelijke adviesraad en voorzitter van het ASTRONET European Radio Telescope Review Committee.

Directeur van API

In 2011 nam hij met veel inzet en enthousiasme het directeurschap van het Anton Pannekoek Instituut voor Sterrenkunde over van Michiel van der Klis en werd daarmee ook lid van het bestuur van de Nederlandse Onderzoekschool voor Astronomie (NOVA) en voorzitter van het Nederlands Comité Astronomie (NCA, de tegenwoordige Raad voor de Astronomie). Daarnaast was hij tien jaar lid van het bestuur van SRON. Tijdens zijn tienjarig directeurschap van API is het aantal stafleden verdubbeld en aan het eind van zijn termijn vierden wij het 100-jarig bestaan van API.  

Ralph had een groot hart voor het onderwijs; op Stony Brook doceerde hij de Astronomy 101-course voor studenten zonder een natuurwetenschappelijke achtergrond. In Amsterdam ontwikkelde en gaf hij verschillende colleges in het Bachelor- en Master-curriculum. Onlangs nog ontwikkelde hij een nieuw vak om studenten te leren om wetenschappelijke problemen op te lossen door op de juiste manier afschattingen te doen. En natuurlijk heeft hij vele studenten begeleid bij hun onderzoeksprojecten. Daarbij maakte hij gebruik van zijn aanzienlijke parate kennis van de wis- en natuurkunde.

Ralph had ook oog voor studenten met een minder geprivilegieerde achtergrond. Hij was trots op de ASPIRE Summer School waar masterstudenten uit landen met een kleinere kans op een carrière in de sterrenkunde worden uitgenodigd om acht weken te werken aan een onderzoeksproject onder begeleiding van API-stafleden. API ontvangt vele honderden sollicitaties per jaar, waarvan een select gezelschap wordt uitgenodigd; Ralph coördineerde dit programma en verwierf ook de benodigde financiële ondersteuning. Velen van de ASPIRE studenten zijn erin geslaagd om, mede dankzij dit programma, een promotieplaats te bemachtigen.

Open access en outreach

In dezelfde context past ook de motivatie van Ralph voor open access. Hij is vele jaren editor geweest van MNRAS en New Astronomy Reviews en speelde de laatste jaren een centrale rol binnen arXiv: dit is een voor iedereen toegankelijk archief van wetenschappelijke artikelen. Hierdoor kunnen wetenschappers zonder dure abonnementen kennisnemen van de nieuwste wetenschappelijke resultaten. In 2025 mocht Ralph namens arXiv de Jocelyn Bell Burnell Inspiration Medal 2025 in ontvangst nemen tijdens de jaarlijkse bijeenkomst van de European Astronomical Society, voor de belangrijke rol die arXiv speelt bij het toegankelijk maken van wetenschappelijke publicaties.

Wat al tijdens zijn jeugd aanwakkerde, is het belang dat Ralph hechtte aan het populariseren van de wetenschap en het toegankelijk maken van wetenschappelijke resultaten voor een breder publiek. Hij heeft vele populaire lezingen verzorgd en is heel actief betrokken geweest bij vele outreach-activiteiten. Zijn enthousiasme was aanstekelijk.

Ralph leende zijn wetenschappelijke, bestuurlijke en organisatorische capaciteiten aan verschillende wetenschappelijke gremia: hij was, onder andere, lid van de Koninklijke Nederlandse Astronomenclub (en bestuurslid), de Nederlandse Natuurkundige Vereniging, de Internationale Astronomische Unie, de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen, de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en de Academia Europaea. Ook was Ralph bijzonder hoogleraar aan de George Washington University in de VS.

Je wist altijd dat Ralph aanwezig was; en dan verwijs ik niet alleen naar zijn herkenbare stemgeluid, maar ook naar de tijd die hij nam om langs te komen in je kantoor en te informeren naar de laatste ontwikkelingen op wetenschappelijk en persoonlijk vlak. Het is letterlijk stil zonder Ralph; we danken hem voor zijn tomeloze inzet voor API, de Nederlandse sterrenkunde, de wetenschap en de maatschappij. We gaan hem enorm missen.

Door Lex Kaper, directeur Anton Pannekoek Instituut voor Sterrenkunde, Universiteit van Amsterdam