Digitalisering van erfgoed
16 June 2026
Recent is het Cruijdeboeck van de Zuid-Nederlandse arts en botanicus Rembert Dodoens (1517-1585) gedigitaliseerd. Dit omvangrijke werk, in 1554 gedrukt, omvat 952 pagina’s en 964 afbeeldingen. De digitalisering sluit aan bij de toekomstige inrichting van de Hortus Medicus in het Allard Pierson, waar het Cruijdeboeck een van de sleutelstukken zal vormen.
Momenteel wordt gewerkt aan de realisatie van een medicinale tuin, die tussen 1665 en 1682 in de omgeving van het huidige Allard Pierson en de Universiteitsbibliotheek moet hebben gelegen. Het beplantingsplan voor deze tuin is gebaseerd op verschillende werken uit de collecties van het Allard Pierson. Na voltooiing zal de Hortus Medicus, ingedeeld in verschillende plant- en tijdvakken, uitgebreide informatie bieden over de rol van planten in de geneeskunde en de geschiedenis van tuinen.
In het vroegste tijdvak, waarin de humorenleer centraal staat, speelt het Cruijdeboeck een belangrijke rol. Tijdens de middeleeuwen en nog lange tijd daarna was de Europese geneeskunde grotendeels gebaseerd op deze leer. Daarin werd aangenomen dat ziekten voortkwamen uit een verstoring van de balans tussen de vier ‘humoren’ of lichaamssappen: bloed, slijm, zwarte gal en gele gal. Aan deze sappen werden verschillende temperamenten toegeschreven, zoals opvliegendheid of lethargie, maar ook warm, koud, nat en droog, die als basis dienden voor de diagnose van patiënten. Zo werd iemand bijvoorbeeld als zwartgallig (melancholisch) beschouwd bij een vermeend overschot aan zwarte gal.
Het omvangrijke Cruijdeboeck van Rembert Dodoens bevat een groot aantal beschrijvingen van kruiden, bloemen en andere gewassen die met name in de Nederlanden voorkwamen. Vrijwel alle planten zijn afgebeeld met gedetailleerde houtsneden. Naast informatie over naam en vindplaats geeft Dodoens een overzicht van de geneeskrachtige werking van de planten, uitgelegd vanuit de humorenleer.
Over de grote klis (Arctium lappa), een plant die ook in de Hortus Medicus te zien zal zijn, schrijft Dodoens: “Groote Clissen zijn verdrooghende ende verteerende. Die cleyne zijn van ghelijcker natueren ende daer en boven noch werm.” Met andere woorden: warm en droog. Daarnaast geeft Dodoens, zelf ook arts, verschillende toepassingen van de door hem beschreven planten: “Tsap van den grooten Clissen met huenich [honing] ghedroncken, doet water maken, en die urina lossen, ende es seer goet teghen die pijne en weedom der blasen. Met ouden wijn ghedroncken eest goet teghen alle beten en steken van alle fenijnnighe ghedierten.”
Of deze toepassingen daadwerkelijk werkzaam zijn, is vanuit hedendaags perspectief de vraag, maar de plant is in ieder geval eetbaar en werd vroeger veel vaker in de keuken gebruikt. De jonge bloemstengels zouden naar artisjok smaken. In volgroeide vorm is de plant aanzienlijk bitterder, zoals voor veel geneesmiddelen in die tijd gold. Vandaar het gezegde “een bittere pil slikken”.