1 July 2026
Volgens Buttgereit kijken onderzoekers vaak vooral naar de inhoud van desinformatie: klopt een bericht wel of niet? Maar daarmee missen ze een belangrijk deel van het verhaal. ‘Het probleem met desinformatie is niet alleen de inhoud van onjuiste informatie, maar ook hoe we over informatie praten, wie feiten mag vaststellen en welke ideeën mensen zelf hebben over wat desinformatie eigenlijk is’, zegt ze.
‘Mensen denken dat tot 50 procent van het nieuws dat ze zien desinformatie is, terwijl onderzoek meestal uitkomt op ongeveer 1 tot 6 procent’, vertelt Buttgereit. ‘Dat verschil vond ik heel interessant.’
Buttgereit ziet desinformatie als driedimensionaal, en gaat over:
Die brede blik is nodig, omdat mensen door polarisatie het steeds minder eens zijn over wat een feit is. Desinformatiebeschuldigingen gaan dan vaak niet alleen over fouten in berichtgeving, maar ook over wantrouwen, politieke voorkeuren en de vraag wie nog geloofwaardig is.
Voor een van de studies deed Buttgereit onderzoek via Whatsapp. Bijna zevenhonderd deelnemers uit Nederland en Duitsland kregen de opdracht om tijdens hun dagelijkse online activiteiten screenshots te sturen van berichten die zij als desinformatie beschouwden. Vervolgens beantwoordden zij via WhatsApp korte vragen over wat ze zagen en waarom ze het onbetrouwbaar vonden. In totaal leverde dat rond de 3.000 meldingen op.
‘Zo kon ik zien wat mensen écht tegenkomen in hun dagelijks leven’, zegt Buttgereit. ‘Je hebt weinig controle als onderzoeker, maar je ziet veel beter wat mensen daadwerkelijk zien.’ Sommige deelnemers stuurden duidelijke onwaarheden door, maar anderen bestempelden ook meningen of politieke uitspraken als desinformatie. Tegelijkertijd bleken veel mensen juist opvallend goed in staat om subtiele vormen van misleiding te herkennen.
‘Soms kreeg ik berichten waarbij deelnemers zeiden: het beeld klopt en de tekst klopt, maar ze gaan over verschillende gebeurtenissen, waardoor ze samen toch misleidend zijn’, vertelt Buttgereit. ‘Of: de feiten kloppen wel, maar ik ben het niet eens met de manier waarop ze worden geïnterpreteerd.’
Volgens haar laat dat zien dat burgers vaak genuanceerder nadenken over desinformatie dan onderzoekers vaak veronderstellen. ‘Mensen hebben vaak een heel goed begrip van de nuances van desinformatie, maar er zijn ook veel dingen die niet passen binnen de academische definitie.’
In een derde studie onderzocht Buttgereit wat er gebeurt wanneer sociale mediaplatforms berichten voorzien van waarschuwingen, zoals community notes.
Het goede nieuws: zulke labels maken mensen kritischer. Het minder goede nieuws: dat effect treedt ook op wanneer een bericht wél klopt.
‘Mensen vinden informatie minder geloofwaardig als er zo’n label bij staat’, zegt Buttgereit. ‘Maar dat gebeurt ook bij juiste informatie. Als er onder een correct nieuwsbericht staat dat het mogelijk niet klopt, dan denken mensen ook: dan zal het wel niet kloppen.’
Volgens Buttgereit ligt daar uitdaging voor de toekomst. Het bestrijden van desinformatie gaat niet alleen over het corrigeren van onwaarheden, maar ook over het versterken van het vermogen om onderscheid te maken tussen feiten, meningen en context.