20 August 2026
Met GPS-zenders en DNA-onderzoek analyseerden Hans Linssen en zijn collega’s 55 zwanen, zowel volwassen als jonge zwanen, uit 12 hele zwanenfamilies. Zo kregen de onderzoekers inzicht in de familiebanden, hoe lang families samenbleven en wat er gebeurde als de band werd verbroken.
Kleine zwanen broeden op de Arctische toendra van Europees Rusland, en in het najaar vliegen ze in familiegroepen naar Nederland en omringende landen om de winter door te brengen. Normaal blijven de families bij elkaar tot zeker halverwege de eerste voorjaarstrek van de jongen naar het noorden, als de jongen bijna één jaar oud zijn. Bij tien van de 24 jongen in het onderzoek liep het anders: zij raakten hun ouders al in de winter kwijt na verstoring op slaap- en eetplaatsen, in de eerste plaats doordat jagers een beschermd en voor de zwanen belangrijk natuurgebied binnendrongen. Deze zwanenwezen vertrokken gemiddeld bijna een maand later op voorjaarstrek dan andere jonge zwanen en haalden veel minder vaak de volgende winter. De overlevingskans van de wezen daalde van 86 naar 40 procent vergeleken met jongen die bij hun ouders bleven tijdens het grootste deel van de trek.
'Dit laat op een schrijnende manier zien dat het leven en leren in een familiegroep voor de jonge zwanen niet alleen nuttig, maar letterlijk van levensbelang is', vertelt Linssen.
Een weeszwaan vertrok pas in april vanuit Noord-Duitsland, langs dezelfde route als zijn soortgenoten, maar vloog een heel eind achter zijn soortgenoten. Het laatste GPS-signaal werd opgepikt boven Letland; daarna verdween de zwaan uit alle gegevens. Bij meerdere jonge wezen werd het signaal van de zender nooit meer opgepikt, wat erop wijst dat ze de zomer niet hebben overleefd.
Linssen: ‘In het broedgebied van de zwanen is geen telefoonnetwerk. De gps-zenders kunnen hun locatie daardoor maandenlang niet doorgeven. We weten in die periode dus niet hoe het met de zwanen gaat. Pas wanneer ze in oktober weer zuidwaarts trekken en opnieuw bereik hebben, ontvangen we weer signalen. Dan zien we welke dieren de zomer hebben overleefd. Voor de meeste ouderloze jongen bleef zo’n signaal helaas uit.’
Een van de jonge zwanen in het onderzoek, 036T, liet een hoopvoller verhaal zien. De zwaan verloor haar moeder toen die op de winterslaapplaats door jagers werd doodgeschoten. In februari vertrok 036T naar Groot-Brittanië, waar zij zich aansloot bij een andere familie. Twee weken lang trok de jonge zwaan op met deze familie over de Britse akkers en later richting Noord-Duitsland, tot de band halverwege maart werd verbroken. Op 26 maart begon de zwaan zelfstandig aan de voorjaarstrek, iets aan de late kant. Daarna, in september ontmoette ze haar biologische vader weer in het Russische Noordpoolgebied. Ze trokken vervolgens nog een week samen zuidwaarts. 036T leeft nu, vijf jaar later, nog steeds.
De uitkomsten zijn extra zorgelijk omdat de populatie kleine zwanen in Noordwest-Europa al jaren afneemt. Extra sterfte onder jonge vogels kan deze afname alleen maar versterken. Het onderzoek benadrukt dat de bescherming van de vogels niet alleen gaat om de natuurgebieden waar ze leven, maar ook om rust tijdens de winter en de eerste voorjaarstrek. Linssen: 'Het is cruciaal voor jonge zwanen om in ieder geval hun eerste winter en voorjaarstrek in familieverband door te kunnen brengen. Verstoringen tijdens die kwetsbare periode kunnen fatale gevolgen hebben, dus die moeten we tot een minimum beperken.'
Hans Linssen, Emiel van Loon, Robert Wilson, Sarah Sonsthagen, Götz Eichhorn, Judy Shamoun-Baranes & Bart Nolet: 'Family life is critical for migration and survival in a long-lived social bird', in: Behavioral Ecology and Sociobiology (20 augustus 2026). https://doi.org/10.1007/s00265-026-03787-5