24 September 2026
Het nummer verschuift de aandacht van het herkennen van gevoelens bij anderen naar wat er gebeurt bij de persoon die de emotie uit. De gastredactie kiest een breed perspectief: emotionele uitingen worden bekeken vanuit hoe ze ontstaan, hoe ze zich ontwikkelen, wat verschillende diersoorten met elkaar gemeen hebben en welke rol ze spelen in ons gedrag en ons leven met anderen. Zo worden emoties gezien als een zichtbare binnenwereld, die verbindend werkt tussen brein, lichaam en omgeving.
Het themanummer bestaat in totaal uit 19 artikelen. Onderzoekers van de UvA leveren verschillende kernbijdragen. Een studie, mede uitgevoerd door Cristina Colonnesi, onderzoekt hoe baby’s in hun eerste levensjaar positieve momenten met anderen vormgeven via hun glimlach. De onderzoekers zagen dat 8 maanden oude baby’s vaker dan 4 maanden oude baby’s zelf momenten van gedeelde positieve emotie initiëren, bijvoorbeeld door een glimlach te beginnen en zo samen te gaan lachen met een volwassene. In plaats van vooral te reageren op de glimlach van de ander, gebruiken oudere baby’s hun eigen positieve uitingen steeds meer om een warme, plezierige interactie op gang te brengen en vast te houden. Deze beginnende vaardigheid wijst mogelijk op een groeiende flexibiliteit in hoe baby’s hun emoties sociaal inzetten.
Milica Nikolić laat zien dat zelfbewuste emoties als schaamte, schuld, verlegenheid en trots al in de eerste levensjaren zichtbaar zijn in gezicht, lichaamshouding en blik. Deze emoties ontstaan wanneer kinderen naar zichzelf kijken door de ogen van anderen en blijken niet alleen een innerlijk gevoel te zijn.
Uit verschillende studies blijkt bijvoorbeeld dat wanneer kinderen zich schuldig voelen over iets dat misging, ze daarna juist vaker proberen het goed te maken – door te helpen, te delen of schade te herstellen. Bij schaamte zie je eerder dat kinderen zich terugtrekken, minder oogcontact maken of situaties proberen te vermijden. Nikolić en collega’s benadrukken dat het bewijs nog beperkt is, maar dat deze emoties vermoedelijk vroeg een rol spelen in het sturen van sociaal gedrag en reputatie.
Disa Sauter en haar team laten zien dat positieve emoties op het gezicht veel meer zijn dan ‘een lach’. In een studie naar 22 verschillende positieve emoties, op basis van persoonlijke ervaringen van deelnemers, onderzoeken ze welke gezichtsspieren en bewegingen daarbij telkens oplichten. Zo blijkt dat sommige positieve gevoelens een eigen gezichtsprofiel hebben zonder glimlach – zoals interesse of vastberadenheid. Bij dat laatste is de belangrijkste kenmerkende eigenschap een opgetilde kin.
Andere positieve emoties, zoals amusement of elatie (een vorm van intense, euforische blijdschap), gaan juist wél samen met duidelijke glimlachen, opgetrokken mondhoeken en vaak ook gesloten ogen en sterk opgetrokken wangen. Daarmee laten de onderzoekers zien dat ‘goed voelen’ verschillende gezichten heeft, ook in spontane uitingen, en dat niet elke positieve emotie eruitziet als een klassieke lach.
Een vierde studie, geschreven door postdoc Christopher Riddell, Milica Nikolić en collega’s, vergelijkt de nabootsing van speelse gezichtsuitdrukkingen (play faces) bij baby’s, volwassenen en orang-oetans. Play faces zijn overdreven, speelse lachgezichten zoals je die ziet bij stoeiend spel. Baby’s en volwassenen trekken zelf vaker een speels gezicht als ze dat bij een ander zien dan wanneer die ander neutraal kijkt; hun eigen uitdrukking spiegelt als het ware wat ze zien, ook al ze geen directe interactie hebben met degene die ze spiegelen. Orang-oetans doen dat vrijwel niet. Dat suggereert dat bij hen speelse gezichten vooral in direct sociaal spel ontstaan, terwijl bij mensen ‘aanstekelijk lachen’ ook buiten dat spel om kan optreden.
Gezamenlijk laten de bijdragen in het themanummer zien dat emotionele uitingen al vroeg in de ontwikkeling een centrale rol spelen in hoe we ons gedragen én in het vormen en reguleren van sociale relaties – van de eerste babyglimlach tot de complexe lichaamstaal van zelfbewuste emoties. In hun editorial roepen Nikolić, Kret, Nummenmaa en Sauter onderzoekers op om emoties meer in het echte leven te bestuderen, met oog voor hoe uitingen ontstaan, zich ontwikkelen en functioneren voor zowel de persoon zelf als voor diens omgeving.