For best experience please turn on javascript and use a modern browser!
You are using a browser that is no longer supported by Microsoft. Please upgrade your browser. The site may not present itself correctly if you continue browsing.
In de maandelijkse rubriek 'Collectie in beeld' worden bijzondere gedigitaliseerde erfgoedstukken en verrassende vondsten getoond uit de erfgoedcollecties van de Universiteit van Amsterdam. Deze worden beheerd en ontsloten door het Allard Pierson, onderdeel van de Bibliotheek UvA. Deze maand vertelt conservator Kerkelijke Collecties & Hermetica, Gwendolyn Verbraak, meer over een aantal unieke werken uit de bibliotheek van de Verenigde Doopsgezinde Gemeente Amsterdam. Deze bijzondere werken maken deel uit van een project waarbij circa 150 boeken binnenkort digitaal via onze beeldbank geraadpleegd kunnen worden.
Leenaert Clock, Veelderhande schriftuerlijcke nieuwe liedekens, 1593.
Leenaert Clock, Veelderhande schriftuerlijcke nieuwe liedekens, 1593.

Een bijzonder doopsgezind liedboekje uit 1593, samengesteld door de predikant en liedschrijver Leenaert Clock, is sinds kort online te bekijken via de beeldbank van het Allard Pierson. Het boekje maakt deel uit van een omvangrijker digitaliseringsproject rond de historische bibliotheek van de Verenigde Doopsgezinde Gemeente Amsterdam.

Dankzij steun van het Fonds Oosterbaan en de Stichting tot Beheer van de Bibliotheek van de Verenigde Doopsgezinde Gemeente Amsterdam worden waardevolle oude drukken uit deze collectie integraal toegankelijk gemaakt voor een internationaal publiek. 

In deze eerste fase lag de nadruk op ongeveer 150 gedrukte werken van vóór 1700 in de Nederlanden die tot nu toe nergens ter wereld online waren gereproduceerd. Het gaat in veel gevallen om unieke exemplaren van onder meer geloofsbelijdenissen, geestelijke pelgrimages, theologische traktaten en liedbundels. In een volgende fase zullen meer werken uit deze oude bibliotheek beschikbaar komen. 

Veelderhande liedekens, 1580.
Veelderhande liedekens, 1580.

Zingen als middel om de Bijbel te leren kennen

Het lied speelde vanaf het begin van de doperse beweging, die in Nederland later de naam ‘doopsgezinde’ beweging kreeg, een belangrijke rol. Kenmerkend voor dopers/doopsgezinden was de volwassendoop, die volgde op belijdenis na een bewuste keuze gebaseerd op persoonlijke kennis van de Bijbel. Het geestelijke lied was een belangrijk middel om de Bijbelse boodschap te leren. Dat is ook terug te zien in de oude liedboeken. Bij veel liederen werden bijpassende Bijbelplaatsen in de marge vermeld. Een lied was daarmee niet alleen bedoeld om te zingen, maar kon ook uitnodigen tot verdere bestudering van de Schrift. 

Een belangrijke plaats in deze traditie neemt de bundel Veelderhande liedekens in. De eerste druk verscheen rond 1550, ten tijde van de vervolging van de dopers, en staat bekend als de oudst bekende bundeling van liederen door verschillende dichters die met de doperse beweging in de Nederlanden worden verbonden. De bundel kende een grote verspreiding en verscheen in vele vermeerderde herdrukken, waaronder een editie uit 1580 die in deze eerste fase van het project is gedigitaliseerd. 

Ook andere reformatorische groepen maakten aanvankelijk gebruik van deze liederen. In gereformeerde kring ontstond in die periode weerstand tegen het zingen van zelfgemaakte geestelijke liederen en kregen de Psalmen in de berijming van Petrus Datheen de voorkeur. Bij de doopsgezinden bleef de behoefte aan nieuwe geestelijke liederen juist bestaan. In opeenvolgende drukken werden steeds nieuwe liederen toegevoegd. De liedcultuur groeide zo mee met de ontwikkeling van de beweging. 

Een beweging met veel richtingen 

Na de eerste periode van ontstaan en vervolging brak voor de doopsgezinden een fase van meer rust en verdere identiteitsvorming aan. Na het overlijden van leiders als Dirk Philips en Menno Simons, naar wie de mennonieten zijn vernoemd, kwam het leiderschap in handen van jongere generaties. De gemeenten ontwikkelden een grote mate van zelfstandigheid. Daarnaast bracht de komst van Vlaamse vluchtelingen naar het noorden nieuwe invloeden met zich mee. 

Verschillende opvattingen over geloof en levenspraktijk zorgden ervoor dat binnen de doopsgezinde beweging meerdere stromingen ontstonden.  Aan de ene kant waren er bijvoorbeeld de spiritualistisch ingestelde Waterlanders, aan de andere kant de meer orthodoxe Vlamingen en Friezen. Die verscheidenheid is ook in de liederen terug te vinden. Elke groep koos een eigen verzameling. 

Leenaert Clock, Veelderhande schriftuerlijcke nieuwe liedekens, 1593.
Leenaert Clock, Veelderhande schriftuerlijcke nieuwe liedekens, 1593.

Nieuwe liederen, nieuwe stemmen 

Leenaert Clock († na 1638) was een Duitse doopsgezinde predikant die zich vóór 1590 in Nederland vestigde en uitgroeide tot een belangrijke schrijver van Nederlandstalige geestelijke liederen. Zijn eerste liedbundel, Veelderhande schriftuerlijcke nieuwe liedekens (Utrecht, 1593), vormt een vroeg voorbeeld van zijn omvangrijke hymnologische oeuvre. De bundel sluit nauw aan bij de Schriftgerichte vroomheid van de doopsgezinden en laat zien hoe liederen functioneerden als middel tot gemeenschapsvorming. Clock publiceerde later nog verschillende liedbundels, die wijd werden verspreid. Een van zijn bekendste liederen werd opgenomen in de Ausbund als lied 131 en wordt tot op de dag van vandaag als tweede lied in de diensten van de Old Order en New Order Amish en Mennonite gemeenschappen gezongen buiten Nederland.

Soetjen Gerrits, Een nieu gheestelijck liedtboecxken, 1592.
Soetjen Gerrits, Een nieu gheestelijck liedtboecxken, 1592.

Ook vrouwelijke stemmen zijn in de vroege doperse liedcultuur terug te vinden. Zo geldt Soetjen Gerrits († 1572) als de eerste vrouwelijke dichter van de Reformatie in de Nederlanden. Wat haar zo bijzonder maakt, is dat ze blind was en daardoor niet kon lezen of schrijven, maar toch veel poëzie vervaardigde, en dat in een tijd van geloofsvervolging. Voorgangers vroegen haar vaak om liederen te maken. Omdat ze zelf niet kon schrijven, dicteerde ze haar teksten aan anderen. Zo kwamen haar liederen in kleine kring op handgeschreven bladen in omloop. Een aantal ervan werd opgenomen in de eerdergenoemde bloemlezingen Veelderhande liedekens. In 1592, twintig jaar na haar dood, verscheen een bundel met haar verzamelde hymnen onder de titel Een nieu gheestelijck liedtboecxken. Hiervan is al een gedigitaliseerd exemplaar beschikbaar in Google Books en het werk is daarom niet meegenomen in de eerste fase van het digitaliseringsproject. 

Liedboekjes vertellen ons over de verschillende manieren waarop doopsgezinden de Bijbel lazen en hun overtuigingen onder woorden brachten door de eeuwen heen. Digitalisering ervan is daarom van grote waarde voor de bestudering van doopsgezinde geschiedenis in het bijzonder en religieuze diversiteit in het algemeen.    

Drs. G.M. (Gwendolyn) Verbraak

Library of the UvA

Sector Special Collections