Digitalisering van erfgoed
31 October 2026
Rond deze tijd van het jaar denkt men misschien snel aan heksen of tovenaars bij woorden als magie en alchemie, maar het beoefenen hiervan was wel degelijk een serieuze onderneming in het verleden. Tussen ongeveer 1350 en 1800 waren alchemie en magie een vrij gebruikelijke praktijk in Europa. Ook vandaag de dag zijn ze nog relevant: zo wordt middeleeuwse alchemie ook wel gezien als de voorloper van de hedendaagse scheikunde. De handschriften die vandaag aan bod komen, zijn allebei voorbeelden van praktische toepassingen van zowel magie als alchemie.
In het eerste handschrift (Anoniem, Collection of alchemical texts, 1600s) vinden we verschillende teksten over alchemie. Alchemistische teksten werden als handleiding gezien om bijvoorbeeld metalen in goud te transmuteren, of om de illustere steen der wijzen te creëren. De teksten in deze verzameling zijn samengesteld in zowel Engels als Latijn, door meerdere kopiisten, afkomstig uit de late zestiende of vroege zeventiende eeuw. Hoewel het niet bekend is wie de teksten hebben gekopieerd, bevat het boek wel een hint tot een van de beoogde makers. Op de achterzijde van blad 41 (f. 41v) prijkt de naam 'E. Dekyngstone', geschreven in een van de meest voorkomende handen in het manuscript. Het is een naam die vaker terugkomt in alchemistische teksten, zo ook in de British Library als deel van de Sloane-collectie.
Hiermee zou Dekyngstone wellicht een voormalige gebruiker en eigenaar van het handschrift kunnen zijn. Enige ijver is in het boek zeker te bespeuren: zo zijn er wat schetsen in houtskool te zien en komen vingerafdrukken in misschien hetzelfde houtskool veelvuldig voor op andere pagina's, alsof de tekenaar naar verschillende pagina's terugbladerde voor zijn ontwerpen.
Verder bevat het handschrift ook een aantal teksten van beroemde middeleeuwse geleerden, zoals de Compound of Alchemy (f. 170r–196v) van de Engelse alchemist George Ripley (1415?–1490?), Perfectum Magisterium (f. 49r–57v) van Arnold van Villanova (1243–1311), Testamentum (f. 332r–335r) van Raymundus Lullus (1232/3–1315/6) en Speculum Alchemiae (f. 11r–17v) van Roger Bacon (1214?–1294?). Naast deze teksten die aan auteurs kunnen worden toegeschreven, zijn er nog een aantal anonieme traktaten, recepten en aantekeningen.
In deze verzameling verschuilt ook een ander stukje tekst, namelijk een fragment van The Anonymous Short English Metrical Chronicle. Dit is benoemenswaardig om twee redenen: enerzijds lijkt dit stukje Engelse middeleeuwse geschiedenis tamelijk misplaatst tussen de alchemistische teksten, en anderzijds identificeert Peter Grund, taalkundige aan de universiteit van Yale, het stuk tekst als een ' voorheen niet gedocumenteerd fragment'. Grund verklaart dat de kroniek wellicht deel uitmaakt van de bundel in verband met de alchemistische interpretatie van het fragment, wat vooral gaat over Bladud, de legendarische koning die naar verluidt warmwaterbaden in Bath heeft aangelegd: alchemistische teksten gaven namelijk vaak het advies om stoffen in een bad op te lossen, waarin ze worden voorbereid om te worden omgezet in de steen der wijzen, of in goud.
Het tweede handschrift heeft een uniformere uitstraling en behandelt een andere kant van de esoterie: magie. De Vinculum sive Clavicula Salamonis [!] oder Sogenante Salamonische Schlange nebst darzu gehörigen Sigillen Ringen, und beygefügten verschiedenen Talismanen, of in het kort, Clavicula Salamonis is een Duits manuscript waarin praktische beoefening van een aantal spreuken wordt behandeld. De zogenaamde 'Sleutel van Salomon' is een grimoire, een boek met spreuken, waarover werd verteld dat het door koning Salom is geschreven, maar waarvan wordt aangenomen dat het in werkelijkheid rond de 14e of 15e eeuw is ontstaan. Grimoires zoals deze bevatten onder andere lijsten van werkwijzen, rituelen en geheimen in uiteenlopende samenstellingen. In het boek zijn veel afbeeldingen te vinden met symbolen, die als een handleiding fungeren. Pas op als je besluit de instructies thuis te volgen: de inhoud is namelijk gebaseerd op het middeleeuwse verhaal dat koning Salomo wist hoe hij demonen kon beheersen en hen kon dwingen zijn bevelen op te volgen.
Deze teksten over magie werden in de 18e eeuw veelvuldig gebruikt en werden in verschillende plekken in Europa gevonden: van kloosters tot universiteiten, maar ook in privé-eigendom. Omdat ze in tekstvorm zijn opgetekend, zijn ze een vorm van 'geleerde' magie, je moet immers kunnen lezen. Tegelijkertijd sloten ze ook aan bij kwalen van gewone mensen. Praktische magie dus.