Faculteit der Rechtsgeleerdheid
27 October 2026
‘Het staatsnoodrecht bepaalt wat de overheid mag doen in tijden van crisis. Denk aan een burgemeester die bij ernstige rellen een noodverordening afkondigt, aan de overheid die ingrijpt wanneer de financiële stabiliteit in gevaar is, aan een dijk die doorbreekt.’
‘Niet helemaal. Crisissituaties zijn tegenwoordig vaak ingewikkeld. Stel dat Nederland een week lang zonder elektriciteit komt te zitten. Dan ontstaan er niet alleen problemen met de stroomvoorziening, maar mogelijk ook met de voedselvoorziening en het betalingsverkeer. Het is onmogelijk om al die scenario’s vooraf precies in de wet te beschrijven.’
‘Daarom gebruikt de wetgever doorgaans het algemene begrip “buitengewone omstandigheden”. Dat begrip biedt flexibiliteit, maar roept ook vragen op. Het wordt door sommige critici omschreven als een carte blanche voor het bestuur.’
‘Nee, gelukkig niet. Als er in het noodrecht een beroep wordt gedaan op buitengewone omstandigheden, moet er een procedure worden gevolgd die het parlement betrekt bij de uitoefening van noodbevoegdheden.’
‘Dat zag je goed in 2024, toen minister Marjolein Faber het noodrecht van de Vreemdelingenwet probeerde te misbruiken. Ze kondigde aan dat ze via de buitengewone omstandigheden van het noodrecht haar strenge asielbeleid wilde doorvoeren. Het idee was dat de overheid daarmee kon afwijken van het bestaande vreemdelingenrecht. Dat was staatsrechtelijk gezien zeer zorgelijk. Noodrecht is bedoeld voor uitzonderlijke omstandigheden, niet om beleid door te voeren waarvoor binnen het gewone recht onvoldoende ruimte is.’
‘Bovendien kunnen de gevolgen onomkeerbaar zijn. Als mensen bijvoorbeeld worden uitgezet, kun je dat achteraf niet gemakkelijk terugdraaien. Juist daarom zijn goede waarborgen zo belangrijk.’
‘De Tweede Kamer maakte duidelijk dat zij het plan van Faber niet steunde, waardoor het plan uiteindelijk niet doorging. De rechtsstatelijke checks and balances – het stelsel van democratische controle en tegenwicht – deden hier goed hun werk. Deze parlementaire controle is niet alleen een formele stap, maar geeft ook een belangrijk signaal af: zelfs in een crisis kan de regering niet zomaar alles doen wat zij wil.’
Noodrecht is bedoeld voor uitzonderlijke omstandigheden, niet om beleid door te voeren waarvoor binnen het gewone recht onvoldoende ruimte is
‘Helaas niet. Er bestaat ook een vorm van noodrecht waarbij die parlementaire controle ontbreekt, en daar maak ik me vooral zorgen over. Bij zogenoemd “vormvrij noodrecht” kan een bestuurder direct ingrijpen, zonder eerst een speciale procedure te doorlopen. Dat is op lokaal niveau soms heel praktisch. Een burgemeester moet bijvoorbeeld snel kunnen handelen bij ernstige ongeregeldheden.’
‘Maar zulke bevoegdheden zijn in de loop der jaren ook op andere terreinen terechtgekomen, waaronder sectoren waarin de gevolgen veel groter kunnen zijn. De rechtsstatelijke checks and balances voor het inzetten van dat soort noodrecht schieten tekort. Mijn voorstel is daarom om het vormvrije noodrecht op nationaal niveau af te schaffen. Dat betekent niet dat de overheid bij een acute crisis eerst lange procedures moet doorlopen. Er kunnen spoedprocedures bestaan waarmee snel handelen mogelijk blijft.’
Samantha Daniëls verdedigt op 13 november haar proefschrift Staatsnoodrecht in ontwikkeling. Een beschouwing van de systematiek, toepassing en modernisering van het Nederlandse staatsnoodrecht. Ze is verbonden aan de sectie Staats- en bestuursrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid. Daarnaast werkt ze als zelfstandig adviseur op het gebied van noodrecht en prudentieel toezicht.
‘Dit is een politiek beladen onderwerp. Of controlemechanismen goed werken hangt ook af van de samenstelling van het kabinet en de Staten-Generaal. Je zag in 2024 dat dit in het geval van minister Faber goed is gegaan. Maar de gelegenheid maakt de dief: de democratische rechtsstaat is in handen van het bestuur dat tegelijkertijd gebruikmaakt van het noodrecht. In deze tijd, met de opkomst van rechtsextremisme, vind ik dat dit nog meer vraagt van de wetgever en dat er beter nagedacht moet worden over het inzetten van het noodrecht.’
Zeker nu de toekomst onzeker is, moeten we goed nadenken over de grenzen van de macht
‘We krijgen te maken met crises waarvan we de precieze vorm nog niet kennen. Denk aan grootschalige digitale storingen of problemen met kunstmatige intelligentie. Een AI-systeem kan bijvoorbeeld het financiële verkeer ontregelen of gevolgen hebben voor de elektriciteits- of drinkwatervoorziening.’
‘Het staatsnoodrecht komt in beeld wanneer een crisis al gaande is. Maar bij sommige technologieën moeten we juist eerder nadenken over de risico’s. Als je pas ingrijpt nadat essentiële systemen zijn uitgevallen, ben je mogelijk al te laat. Daarom moeten we niet alleen kijken naar de bevoegdheden die de overheid tijdens een crisis nodig heeft, maar ook naar de regels en controles die problemen vooraf kunnen voorkomen.’
‘De wetgever werkt aan een modernisering van het staatsnoodrecht. Ik hoop daaraan bij te dragen door duidelijker te maken hoe het huidige stelsel werkt en waar de risico’s zitten. Er bestaat nog veel verwarring over de verschillende soorten noodrecht en de voorwaarden waaronder ze mogen worden toegepast.’
‘Uiteindelijk gaat het om de bescherming van de democratische rechtsstaat. De overheid moet in een crisis snel en effectief kunnen handelen, maar mag die situatie niet gebruiken om haar macht uit te breiden zonder voldoende controle. Zeker nu de toekomst onzeker is, moeten we goed nadenken over de grenzen van die macht.’